John Denver zong ooit "country roads, take me home...".
Met dit nummer in gedachten, nodig ik jullie uit om samen met mij de mooiste plekjes ter wereld te ontdekken.
Mijn zoektocht naar 'the place I belong'...
Posts tonen met het label architectuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label architectuur. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Kreta - Grote stadjes, kleine stadjes

Kreta is het grootste Griekse eiland en dankzij de gunstige ligging tussen de kusten van Klein-Azië, Cyprus, Egypte en Syrië kent het een lange geschiedenis als centrum van zeehandel. Naast Heraklion, de hoofdstad, zijn er ook andere belangrijke steden, zoals Chania in het noordwesten en Rethimnon dat tussen Heraklion en Chania ligt. Hoewel deze drie steden erg toeristisch zijn en veel met elkaar gemeen hebben, zou ik ze ten zeerste aanbevelen!

Heraklion, de hoofdstad van Kreta

Heraklion werd in 824 gesticht door de Arabieren en is vooral een erg levendige stad met karakter. Op het eerste zicht lijkt Heraklion vrij stoffig en lawaaiierig, maar wanneer je op verkenning gaat, zal je als snel merken dat het hier best gezellig en aangenaam vertoeven is. Kleine straatjes, drukke winkelstraten, fonteinen (o.a. de Morosinifontein die wordt bewaakt door twee stenen leeuwen), terrasjes en pleintjes, kleurrijke marktjes, het vrijheidsplein, eethuisjes met Kretenzische specialiteiten, kerken (o.a. Agios Minas, Agios Titos), de San Marco kathedraal die werd omgebouwd tot moskee, het archeologisch museum, de oude stadsomwalling en de binnenhaven zorgen voor een goed gevuld programma. Uiteraard mag een romantische avondwandeling naar het Venetiaanse Fort (“Rocca al Mare”, zoals de Venetianen dit fort noemden) niet ontbreken!

Chania, de mooiste stad van Kreta

Tussen 1841 en 1971 was Chania de hoofdstad van Kreta en werd in de loop van de geschiedenis door heel wat volkeren veroverd: Arabieren, Byzantijnen, Venetianen en Ottomanen. Deze volkeren hebben elk hun eigen stempel gedrukt op de stad en dat is tot op vandaag nog steeds duidelijk zichtbaar. Het pronkstuk van Chania is de Venetiaanse haven met vuurtoren en het Firkás-fort uit 1629. Op de kade zie je grote kleurige Venetiaanse huizen, met daarachter een wirwar van smalle pittoreske straatjes met sfeervolle restaurants, allerlei winkeltjes en een overdekte markt die je doet denken aan de Arabische soeks. Naast een bezoek aan het oude stadscentrum, de Turkse moskee (het oudste Ottomaanse gebouw op Kreta), de Etz Hayyim synagoge of het archeologisch museum, kan je in de omgeving van Chania ook genieten van een namiddagje strand. Wat mij het meeste aansprak in deze stad, is de authenticiteit van de gebouwen, de ongedwongenheid van de mensen en de feeërieke sfeer bij zonsondergang.

Rethimnon, de best bewaarde stad uit de renaissance

Rethimnon combineert op een originele manier de oriëntaalse stijl uit de Turkse tijd met de typische renaissancearchitectuur. Via de Porta Guaro (het enige overblijfsel van de Venetiaanse stadsmuren) kom je in het oude stadscentrum waar de smalle straatjes met herenhuizen je onderdompelen in een ouderwetse, maar aangename sfeer. Verspreid over de oude stad vind je niet alleen moskeeën die nu voor andere doeleinden worden benut (o.a. de zeventiende eeuwse Ethnikis Antistasismoskee), maar ook enkele kerken, waaronder de Agios Frangiskos die behoorde tot het Venetiaanse rooms-katholiek Arkadi-klooster en die nog steeds wordt gebruikt. Daarnaast is ook een bezoek aan de Venetiaanse haven en de ruïnes van de Fortétsa zeker een must, net zoals rondkuieren in de winkelstraatjes of genieten van een glaasje raki op een van de vele terrasjes. Bij warm weer kan je je verfrissen aan de authentieke (drink)fonteintjes die overal in de stad te vinden zijn (o.a. de Rimondifontein) of je kan gaan zwemmen of zonnebaden op het prachtige zandstrand.

maandag 19 december 2011

Kreta – Knossos, het summum van de Minoïsche beschaving

Sinds mijn kindertijd sprak het paleis van koning Minos met de Minotaurus in Knossos reeds tot mijn verbeelding en stond het op mijn lijstje van te bezoeken plaatsen.

Het paleis zelf is een unieke parel aan de kroon van de Griekse architectuur. De hele site straalt vakmanschap en technisch vernuft uit en dat komt tot uiting in de opbouw van het paleis. Onder andere het mysterieuze labyrint dat werd ontworpen door de architect Daedalus en de innoverende technieken zoals trappen, waterleidingen, rioleringen en de koele ruimtes die gebruikt werden als opslagplaats voor voedsel en drank doen de bezoekers versteld staan. Naast architectuur speelde ook comfort en schoonheid duidelijk een belangrijke rol in het leven van de paleisbewoners. Dat kan je afleiden uit de aanwezigheid van een kinderzaal (de voorloper van onze moderne crèches?), de vele prachtige fresco's in warme kleuren en een troonzaal met – jawel – een ergonomische troon!

Al deze aspecten vermengd met het geschiedkundige belang, de strategische ligging en het mythologische karakter van deze plaats maken een bezoek aan Knossos absoluut de moeite waard…

De Minotaurus

Met de hulp van de zeegod Poseidon werd Minos koning van Kreta. Minos had ooit een prachtige, witte stier gekregen van Poseidon die in de toekomst geofferd zou moeten worden aan Poseidon als dank voor zijn hulp. Koning Minos vond deze stier echter zo mooi, dat hij het zonde vond om hem te offeren en koos een andere stier. Poseidon werd woedend en zon op wraak. Hij zorgde ervoor dat Parisphae, de vrouw van koning Minos, verliefd werd op de stier.

Uit de liefde tussen Parisphae en de witte stier werd de Minotaurus geboren, half stier, half mens. Koning Minos was in zijn eer gekrenkt en gaf Daedalus, een beroemd architect en gerenommeerd vakman, de opdracht een labyrint met hoge muren te bouwen om de Minotaurus in op te sluiten. Het labyrint was zo ingewikkeld dat als iemand er in zou gaan, nooit de uitgang zou terugvinden.

Ondertussen had koning Minos vernomen dat zijn zoon Andogeus was vermoord in opdracht van de koning van Athene. Andogeus was namelijk onoverwinnelijk in de Atheense wedstrijden, waardoor de Atheense koning hem zag als een bedreiging en hem liet vermoorden. Daarop vroeg koning Minos aan Zeus of hij de stad Athene wilde straffen voor de moord op zijn zoon. Athene werd getroffen door aardbevingen en vuur, maar koning Minos was niet tevreden en stond erop dat elk jaar 7 jonge mannen en 7 jonge vrouwen uit Athene aan de Minotaurus in Knossos zouden worden geofferd.

Drie jaar later besliste het lot dat koning Egeas van Athene zijn eigen zoon Theseus moest sturen als een van de jonge mannen. Hierop beloofde Theseus zijn vader dat hij de Minotaurus zou doden en ze spraken af dat als hij de Minotaurus had gedood, hij de witte vlag zou hijsen op zijn schip. Als de zwarte vlag zou worden gehesen, betekende dat dat Theseus zelf de dood had gevonden.

Toen Theseus op Kreta aankwam, ontmoette hij Ariadne, de dochter van koning Minos en werd smoorverliefd op haar. Ariadne bood Theseus aan te helpen bij het doden van de Minotaurus en gaf hem een magisch zwaard en een klos gouden garen. In ruil hiervoor vroeg zij aan Theseus om haar mee te nemen naar Athene.

Ariadne hield het garen bij de ingang van het labyrint vast, zodat Theseus de klos kon afrollen op zijn weg naar de Minotaurus en zo de weg naar buiten zou terugvinden. Nadat Theseus de Minotaurus had gedood, vertrok hij in het geheim – uit schrik voor de woede van koning Minos - samen met Ariadne naar Athene.

Theseus vergat echter de belofte om de witte vlag te hijsen en koning Egeas die het schip met een zwarte vlag de haven zag binnenvaren, dacht dat zijn geliefde zoon dood was en wierp zichzelf in zee. Theseus werd koning van Athene en noemde de zee naar zijn vader Egeas: de Egeïsche Zee.